De Feijterhof: TC Tubantia SPECTRUM - zaterdag 29 oktober 2011: LEVEN VAN SCHARRELVARKENS: Van modepopje tot varkensboer
Home
Het bedrijf
Ras
Ham
Worst
Assortiment
Contact
Pers
Naar de shop Ga naar de vernieuwde webshop
TCTubantia Spectrum: Van modepopje tot varkensboer

Uit: TC Tubantia - SPECTRUM (zaterdag 29 oktober 2011).

 

Nog geen vijf jaar geleden was Marjan de Feijter (53) een modepopje. Ze werkte als ontwerpster en verkoopster bij Love Jeans in Oldenzaal. Nu houdt ze scharrelvarkens en loopt ze op foeilelijke roze Crocs naar de stal. Binnenkort opent ze met haar man en zoon een scharrelslagerij in Hengelo. “Ik doe dit met hart en ziel. Ik heb nog geen dag gedacht: ik wil terug naar mijn oude leventje.”

 
De varkens genieten van een lekker maaltie

Er staat een autootje van een telecombedrijf op het erf. De monteur kijkt zorgelijk, want al heeft Marjan de Feijter wel ADSL, het werkt voor geen meter: de familie woont 6,6 kilometer van de dichtstbijzijnde centrale. Wie hier naartoe rijdt heeft de navigatie wel nodig, veel afgelegener wordt het niet dan in Itterbeck, net over de Duitse grens. Hier is Marjan thuis, met het weidse uitzicht, de rust,, haar gezin en de varkens.
Wie haar pakweg tien jaar geleden had ontmoet had een ander mens gezien. Marjan was toen helemaal geen varkensboerin, integendeel. “Ik heb na de havo de modeacademie in Amsterdam gedaan. Maar inmiddels kende ik Frank, dus ik wilde terug naar Twente. Hier had ik aan zo’n opleiding weinig. Dus ik heb jarenlang in modezaken als verkoopster gewerkt. Later kwam ik bij Love Jeans in Oldenzaal: eerst in de verkoop en als vertegenwoordigster, later ook als ontwerpster. Een modetutje ja, dat vond ik toen allemaal reuze belangrijk.”
Toen Love failliet ging kon Marjan zich niet veel anders voorstellen dan een verkoopbaan. Ze ging haar man helpen die tuinmeubelen verkocht, onder andere op fairs. “Dat contact met mensen heb ik altijd leuk gevonden. Ik kwam erachter dat ik niet alleen kleding kon verkopen, maar ook meubels. En nu dus hamlappen”, zegt ze lachend.
Het echtpaar kocht het huis in het Duitse achterland in 2001. 13 kilometer van de echte bewoonde wereld. “We woonden in Losser al lekker, met een grote tuin, dieren. Maar helemaal buitenaf was onze droom. We zijn echte buitenmensen: vrij kamperen in het binnenland van Spanje, een groentetuin. Hier vielen we vooral op de plek: het huis was een verschrikking, we zijn echt maanden aan het verbouwen geweest. Maar het was wel meteen ons wereldje. Wij zijn niet zo van het verenigingsleven of elke avond uit. We kunnen ons heel goed vermaken, lekker rond rommelen op het erf.”
De varkens kwamen drie jaar later op De Feijterhof door een tv-programma Bunte Bentheimers. “Die waren bijna uitgestorven. Wij vonden ze meteen leuk en onze zoon Alexander die slager is wilde er wel een paar gaan houden. Waarom niet? Ruimte genoeg. Zo kwamen Anna en Amalia in ons leven, twee zeugjes van drie maanden oud, opgehaald bij de dierentuin in Nordhorn.” Omdat ze de twee dames ook een gezinsleven gunden mochten ze biggetjes krijgen. “En dan begint het. Wat doe je met dat vlees? Zo raakten we in het foodwereldje verzeild. We lazen veel, gingen in gesprek en kwamen er gaandeweg achter hoe het met ons voedsel is gesteld. Daar werden we niet blij van. Zóveel toevoegingen, zóveel penicillinegebruik. Er ging een wereld voor ons open”.
Een nieuwe, tijd slurpende hobby was geboren: het fokken van Bunte Bentheimers op een zo natuurlijk mogelijke manier en het verwerken van de dieren door zoon Alexander in onder andere smakelijke hammen en worsten. Wat begon met twee varkentjes voor de lol is nu een bedrijf waar zo’n zestig varkens per jaar worden opgefokt voor particulieren en de betere horeca. Echtgenoot Frank stortte zich behalve op de tuinmeubelenhandel ook helemaal op de varkens: van insemineren en stallen uitmesten tot vlees roken en zouten en recepten verzamelen.
De dieren liggen op De Feijterhof languit in het stro, in de stal of in grote iglo’s van kunststof. Ze baggeren door de modder en wroeten in de wei. De moeders liggen los in het kraamhok, de biggen kruipen knus samen onder de rode lamp. “Zo is het bedoeld. Natuurlijk ploft er wel eens zo’n dikke zeug heel onbenullig neer en is er een big dood. Dat vinden we heel jammer en natuurlijk probeer je dat te voorkomen, bijvoorbeeld door een randje te maken waar ze veilig achter kunnen. Maar het alternatief is dat je zo’n zeug acht tot tien weken vastbindt, want zo lang blijven de biggen bij moeder. Dat willen we niet en daarom nemen we het risico maar. Rosalie is onze beste moeder, die kijkt tenminste voor ze zich laat vallen. Dat zijn eigenschappen waar je dan mee verder moet fokken. Je moet van het dier uitgaan, niet van de handel”.

De varkens worden gevoerd door Marjan de Feijter

Veel mooier kan een varkensleven in elk geval niet worden. Een natuurlijk maal van granen, erwten en lupine, geen opfokvoer. De moeders worden wel 6 of 7 jaar voor ze onvoldoende vruchtbaar raken en geslacht worden. In de gangbare veeteelt zijn ze na één nest al op smaak en weg, nog maar 1,5 jaar oud. “Ik neem andere boeren niks kwalijk. Door de belachelijk lage vleesprijs moeten zij wel massa maken en is alles ondergeschikt aan de efficiency. Het zijn de consumenten die kiezen. Ik vind het vreemd dat mensen wel honderden euro’s uitgeven voor gadgets en mode voor wat ze in hun mond steken niks over hebben. In veel gezinnen zijn de hondenbrokken nog duurder dan het vlees dat ze zelf eten. Terwijl wat je eet wel degelijk je vitaliteit en gezondheid bepaalt, daar ben ik van overtuigd. Hoeveel mensen zijn er niet allergisch voor van alles en nog wat? Alles begint bij goede, eerlijke voeding. Steeds meer mensen hebben daar wel wat extra geld voor over. En anders eten ze wat minder vlees, wat ook een goed idee is”.
Marjan zoekt samenwerking met andere boeren. Mensen met een hectare of 4 die wel willen bijverdienen aan diervriendelijk vlees. Of boeren die moeten omschakelen, omdat ze aan de rand van een natuur- of waterwingebied zitten. “Als de slagerij straks open is kan ik wel meer varkensvlees verkopen dan van die zestig varkens van ons. Hier houdt het met honderd of honderdvijftig ook wel op als we uitbreiden. Ik denk dat er best boeren zijn die het ook veel leuker vinden om zo te werken als wij”. Behalve varkensvlees gaat ze ook diervriendelijk geproduceerde lam, kip en rund verkopen en biologische eieren. Marjan geniet van de dieren. Als ze in de winter in een wit sprookjesland trippelen, met rode neuzen en oren van de kou. Of als ze in de zomer languit in de zon liggen bakken. “De biggetjes gaan met een week of twee al met de moeder mee naar buiten. Daar worden ze sterk van. We hebben een gezond ras dat wel een stootje kan hebben en zorgen door de manier van houden dat ze weerstand krijgen. Dan hoef je geen penicilline te geven. Als een varken bij ons ziek wordt is ie na twee dagen weer beter, of dood. Zo simpel is het, maar gelukkig komt het maar heel zelden voor. Ik wil de mensen recht aan kunnen kijken als ik zeg dat we geen antibiotica geven, nooit. Als je weet dat heel veel boeren zelf ook besmet zijn met de mrsa-bacterie, waartegen antibiotica niet aanslaat, dat is toch voor die mensen zelf ook een ramp?”
Het vlees van De Feijterhof werd tot nu toe verkocht op streek- en weekmarkten en op fairs. “Ik vind dat contact met de mensen leuk. Maar elke keer op- en afbreken is geen pretje. En op de markt in Hengelo vragen mensen om ander vlees: kip, rund, lam. Zo ontstond het idee van een winkel. Recessie? Ja, natuurlijk. Maar mensen zien het belang van goede voeding steeds meer in. Duurzaam is een hype die nog lang niet is uitgewoed. Wij denken dat het gaat lukken, omdat we er zo voor 100% achterstaan”.
De zaak aan de Drienerstraat in Hengelo gaat eind november open. Natuurlijk is het spannend. Maar wie had gedacht dat het vlees van haar varkens op de kaart zou staan van toprestaurants als Het Seminar en De Rijsserburg? Allemaal een kwestie van doorbijten en geloven in wat je doet. “Ik ben gewoon met een pakketje die restaurants afgegaan. Eerst was het moeizaam. Varkensvlees was ordinair, mensen wilden iets met meer luxe als kalf en lam. Maar dat slaat sinds twee jaar om. Varkenswangen zijn bijvoorbeeld een delicatesse. Het is jammer dat een varken er maar twee heeft, zoveel vraag is er naar”. De hammen die De Feijterhof maakt kunnen zich meten met Iberico-ham, zeggen de kenners. “En dat uit de eigen streek, dat vinden restaurants nu ook leuk om op de kaart te zetten.” Dat Marjan binnenkort de kandidaten van Masterchef Tubantia mag laten koken met háár varkensvlees en ze ook het verhaal erachter kan vertellen daar is ze trots op. “Na de restaurants zijn het juist de hobbykoks die op zoek zijn naar goede producten”.

De varkens gaan voor de slacht naar de slager in Uelsen en komen dan in twee helften terug. Treurig, maar Marjan is zakenvrouw genoeg om zich over het sentiment heen te zetten. “Ze hebben een beregoed leven gehad, goed te eten. Als ik daar niet tegen kan moet ik vegetariër worden”. De hammen, zijden spek, de worsten, ze hangen allemaal op traditionele manier te drogen. Het werk van haar zoon Alexander, de slager. Niets wordt overhaast, het kan maanden duren voor ze goed zijn. Marjan loopt op een paarfoeilelijke roze Crocs over het erf om het allemaal met enthousiasme te laten zien. “Ik ga ook rustig met een oude broek aan naar het dorp om boodschappen te doen. Als je in het modewereldje zit prakkiseer je daar niet over. Maar ik doe nu wat bij me past., denk ik: terug naar de basis, het aardse. Met een man en drie zoons hoef je het niet steeds over kleding te hebben natuurlijk. En de varkens malen ook niet om wat ik aan heb”, zegt ze lachend.

Haar oog voor detail en goede smaak kan ze nu uitleven bij het opbouwen van de winkel. Diervriendelijk geproduceerd vlees, maar ook het populaire Brood van Menno. Alles met passie aan de man gebracht, net zoals de rekjes vol kleding waarmee ze vroeger de winkels afging. “Ik denk zelfs wel eens: wat een bijzondere wending aan m’n leven. Maar het voelt logsich. Soms moet je geen apen en beren op de weg zien, maar gewoon gáán”.

 
Print Friendly and PDF
 
Foto's: Frans Nikkels